Echt luisteren vraagt focus, vraagt oefening. Echt luisteren betekent in zekere mate je hoofd leegmaken en loslaten wat je denkt te weten, zodat je zonder sturen, belemmeringen en oordelen kan exploreren. In dat opzicht sluit actief luisteren aan bij ‘empathisch luisteren’. Actief luisteren focust meer op technieken, we gaan hier dieper op in.

Tijdens het coachinggesprek maak je als coach voortdurend gebruik van de LSD-techniek, herinner dat LSD staat voor luisteren, samenvatten en doorvragen.

Doorvragen betekent meestal open vragen stellen met als doel de gesprekspartner zijn ervaring vollediger en specifieker te laten weergeven, de gesprekspartner te confronteren met zijn kijk op de realiteit die hem verhindert zijn doel te bereiken.

Door goede vragen te stellen help je de coachee om tot de kern te komen van zijn vraag/ probleem. De uiteindelijke herformulering van het probleem kan heel anders zijn dan de eerste formulering en leidt daardoor vaak naar een oplossing.

Het volgende voorbeeld illustreert de techniek van doorvragen bij onvolledige informatie. De medewerker ervaart tegenkanting in een project en zegt: ‘Ze weigeren medewerking.’

De volgende voorbeelden illustreren hoe doorvragen helpt om iemands overtuiging / negatieve gedachte in vraag te stellen:

Enkele voorbeelden van krachtige coachingvragen zijn:

Vragen naar doelformulering

  • Wat brengt je hier?
  • Hoe is dit een probleem voor jou?
  • Hoe is dit volgens jou een probleem voor die ander(en)?
  • Wat wil je minimaal bereiken?
  • Wat wil je maximaal bereiken?
  • Wat wil je anders als gevolg van dit gesprek hier?
  • Wat zou er beter gaan als het probleem is opgelost?
  • Wat zou een goed resultaat voor je zijn?
  • Wat zal er anders in jouw leven zijn?
  • Hoe zou die verandering een verschil voor jou maken?
  • Waaraan/hoe zou je merken dat je je doel hebt bereikt?
  • Waaraan/hoe zouden belangrijke anderen (partner, vrienden, collega’s) merken dat je je doel hebt bereikt?
  • Wat zou dit gesprek voor jou de moeite waard maken?
  • Je vertelt minder … te willen hebben. Waar zou je graag meer van willen zien?
  • Wat komt daarvoor in de plaats? (Positieve in plaats van negatieve doelformulering)
  • Wat wil je ervoor in de plaats?
  • Ik hoor dat dit een probleem voor jou is. Hoe zou je het anders willen?
  • Stel dat je het wel zou weten, wat zou je dan zeggen?
  • Wat zou er al anders zijn als je het wel wist?
  • Wie zou het wel kunnen weten?
  • Wanneer ben je op je best? Hoe ziet dat eruit?
  • Hoe kun je nog meer doen van wat al goed gaat?
  • Wat zou een teken zijn dat je op de goede weg bent om de gewenste situatie te bereiken?
  • Wat zou voor jou het eerste signaal zijn dat je op de goede weg bent?

De schaalvraag

  • Op een schaal van 10 tot 0, waarbij 10 is dat je je doel bereikt hebt en 0 het slechtste moment is dat je kent, waar zit je dan nu?
  • Wat zit er in die 4? (Of een ander cijfer)
  • Hoe is het je gelukt al op die 4 te zitten? (Of een ander cijfer)
  • Hoe is het je gelukt op die 4 te blijven? (Of een ander cijfer)
  • Hoe zou een 5 eruitzien? (Of een ander cijfer)
  • Waaraan zou je straks merken dat je van een 4 naar een 5 gekomen bent? (Of andere cijfers)
  • Hoe zou een cijfer hoger op die schaal eruitzien, wat doe je dan anders?
  • Welk verschil zou dat voor jou maken (en voor anderen)?
  • Wat ziet je als een volgende stap?
  • Wat zou naar jouw idee een heel klein stapje vooruit zijn?
  • Hoe ziet dat stapje er precies uit? Wat doe je dan anders?
  • Waaraan zouden anderen zien dat u een stapje heeft gezet?
  • Wat zou het allerkleinste stapje zijn dat je kunt zetten?

De mirakelvraag

Stel je voor dat er vannacht een mirakel gebeurt dat volledig jouw gedroomde situatie waar maakt. Hoe zou die er uit zien?